a a

Diagnostiek bij Sotos syndroom

Vlak na de geboorte kunnen er al medische problemen zijn die met Sotos syndroom geassocieerd zijn, zoals icterus en hypoglykemie. Meestal zijn deze problemen niet specifiek genoeg om Sotos syndroom te vermoeden. Meestal wordt de diagnose gesteld voor het 5e levensjaar. Het kan voorkomen dat de diagnose Sotos syndroom laat of niet gesteld wordt, bijvoorbeeld bij iemand met Sotos syndroom en een normale intelligentie.

Over het algemeen verwijst een arts (huisarts of consultatiebureau-arts) het kind vanwege de overgroei en/of ontwikkelingsproblemen voor diagnostiek naar een kinderarts. Meestal stelt een kinderarts of klinisch geneticus de diagnose.

De diagnose Sotos syndroom

Voor de klinische diagnose zijn de volgende kenmerken noodzakelijk:

  • faciale dysmorfieën
  • overgroei (+/- voorlopende skeletleeftijd)
  • ontwikkelingsachterstand

Bij sterke klinische verdenking op het Sotos syndroom kan moleculair genetisch onderzoek de diagnose bevestigen. Genetisch onderzoek betreft hierbij diagnostiek naar mutaties in het NSD1-gen of eventuele intragene of volledige deleties van het NSD1-gen.

Lees meer bij Diagnostiek in het onderdeel Algemeen en zonder diagnose.

Differentiaal diagnostiek

Wanneer de klinische verschijnselen minder specifiek zijn, of wanneer er geen afwijkingen zijn in het NSD1-gen, dan is er mogelijk sprake van een andere (overgroei)syndroom. Het is mogelijk om met behulp van een genpanel voor grote lengte verschillende genen te onderzoeken die geassocieerd zijn met overgroei en verstandelijke beperking.

Malan syndroom

Een ander overgroeisyndroom, Malan syndroom, heeft kenmerken die sterk overlappen met Sotos syndroom: overgroei, macrocephalie, voorlopende skeletleeftijd, lang en smal gezicht, hoog voorhoofd, slanke bouw, scoliose, angsten en ontwikkelingsachterstand.

Het Malan syndroom wordt veroorzaakt door heterogene mutaties of deleties in het NFIX-gen op chromosoom 19q13.3. Vanwege de overlappende kenmerken met Sotos werd deze aandoening ook wel Sotos 2 syndroom genoemd. 

Sotos-like beeld

Er zijn meerdere aandoeningen welke sterk overlappen met Sotos syndroom. Zij kunnen overgroei en macrocephalie in combinatie met ontwikkelingsachterstand veroorzaken (Sotos-like beeld). Aanvullend onderzoek is mogelijk met behulp van het onderzoek van een genpanel voor overgroei-genen.

Onderzoek deelproblematiek na diagnose

Na het stellen van de diagnose Sotos syndroom is aanvullend onderzoek naar de aanwezigheid en ernst van deelproblematiek van belang. Dit is ook nodig voor het bepalen van het beleid. Een overzicht van het aanvullend onderzoek staat bij Healthwatch.

Bij aanwijzingen voor andere problematiek kan de (kinder)arts de diagnostiek verder uitbreiden.
Lees meer in het hoofdstuk Problematiek bij Sotos syndroom.

Erfelijkheidsvoorlichting

'De novo'

Sotos syndroom ontstaat in de meeste gevallen (95%) door een 'de novo' pathogene variant. In ongeveer 5% van de gevallen is er sprake van overerving van een aangedane ouder, volgens een autosomaal dominant overervingspatroon.  

Herhalingskans

Wanneer een ouder de NSD1-pathogene variant heeft, hebben andere kinderen van deze ouder een verhoogde kans op het Sotos syndroom (50%). Ook andere familieleden van een aangedane ouder kunnen een verhoogde kans hebben op het Sotos syndroom, als zij ook kenmerken laten zien van dit syndroom.

Wanneer een ouder van een kind met een aangetoonde NSD1-pathogene variant geen symptomen heeft, is het erg onwaarschijnlijk dat de ouder de NSD1-pathogene variant en dus Sotos syndroom heeft. DNA-onderzoek kan dit bevestigen.

Wanneer geen van beide ouders is aangedaan, is het herhalingsrisico op het krijgen van nog een kind met het Sotos syndroom erg laag (<1%). Dat het risico niet nul is komt door de mogelijkheid van kiembaanmozaïcisme en het risico op een tweede 'de novo' pathogene variant.

Voor iemand met Sotos syndroom is bij het krijgen van nakomelingen de kans op een aangedaan kind 50%.

Erfelijkheidsvoorlichting en diagnostiek

Ouders met een kind met Sotos syndroom en een nieuwe kinderwens en mensen met Sotos syndroom en een kinderwens kunnen voor erfelijkheidsvoorlichting en informatie over de mogelijkheid van (prenatale) diagnostiek terecht bij een afdeling klinische genetica.

PraktijkadviezenBied ouders van een kind met Sotos syndroom, indien dit nog niet is gebeurd, een verwijzing aan naar een klinisch geneticus voor erfelijkheidsvoorlichting en eventueel aanvullend onderzoek.                                            

Bied jongvolwassenen met Sotos syndroom genetische counseling aan bij een klinisch geneticus.                

Lees meer bij Erfelijkheidsvoorlichting in het onderdeel Algemeen en zonder diagnose.

Prenatale diagnostiek

Prenatale diagnostiek (vlokkentest en vruchtwaterpunctie) en preïmplantatie genetische diagnostiek (PGD) zijn mogelijk wanneer de NSD1-pathogene variant geïdentificeerd is. Vanwege de variabele expressie is het niet mogelijk om op basis van prenatale moleculaire test de ernst van de aandoening te bepalen.

Prenatale echografie biedt geen accurate diagnose. De kenmerken van Sotos syndroom die bij een echo kunnen worden waargenomen, zoals macrocefalie en toegenomen lengte, zijn niet specifiek.

 Inhoud