a a

Kabuki syndroom in het kort

Het Kabuki syndroom is een zeldzame genetische ontwikkelingsstoornis met daarbij een breed spectrum aan symptomen. Algemene hypotonie en specifieke uiterlijke kenmerken staan hierbij op de voorgrond. Er zijn ruim 400 personen met het Kabuki syndroom beschreven. De prevalentie ligt naar schatting rond 1:32.000. Omgerekend komen er in Nederland ongeveer 2-6 nieuwe patiënten bij. Bij het Expertisecentrum Kabuki Syndroom (MUMC+) melden zich naar schatting per jaar 5-10 nieuwe patiënten.

Oorzaak

Meestal gaat het om een ‘de novo’ mutatie in het KMT2D-gen (lysine (K)-specific methyltransferase 2D), voorheen bekend als het MLL2-gen. De overerving is vervolgens autosomaal-dominant. Mensen met deze mutatie hebben vaak meer kenmerken van het Kabuki fenotype.
Ook een mutatie in het KDM6A-gen (lysine-specific demethylase 6A) kan het Kabuki syndroom veroorzaken (5-8%). Deze mutatie is X-gebonden.  
In zeer zeldzame gevallen zijn ook andere genmutaties gevonden.
Hoe de syndromale verschijnselen ontstaan door deze mutaties is (nog) onbekend.

Diagnose

Kabuki syndroom is een klinische diagnose. Het vaststellen van een mutatie in het KMT2D-gen of KDM6A-gen was tot nu niet noodzakelijk of voldoende om de diagnose te stellen. Door de komst van nieuwe genetische technieken (WES) blijkt de variatie in het fenotype groter te zijn dan aanvankelijk werd aangenomen. In 2019 heeft een internationale update van de diagnostische criteria plaatsgevonden.

Kenmerken

De naam van het syndroom verwijst naar de make-up van Japanse Kabuki-theateracteurs. De opvallende gelaatskenmerken doen aan het Kabuki-masker denken. Deze opvallende uiterlijke kenmerken worden rond de peuterleeftijd duidelijk en veranderen op de volwassenleeftijd.
Naast de ontwikkelingsachterstand/licht tot matige verstandelijke beperking en de opvallende uiterlijke kenmerken zijn er ook enkele andere kenmerkende gezondheidsproblemen:

  • hypotonie (met o.a. voedingsproblemen tot gevolg)
  • postnatale groeiachterstand/klein gestalte (door voedingsproblemen en/of (zelden) groeihormoontekort)
  • obesitas (vanaf de puberteit)
  • recidiverende infecties (o.a. otitis media)

Mensen met het Kabuki syndroom zijn opvallend vriendelijk en sociaal. Ze zijn (soms te) makkelijk in de omgang; dit kan ook juist tot problemen leiden. Ook kenmerken van autisme spectrum stoornissen en gedragsproblematiek komen voor.

De aandoening heeft ook secundaire gevolgen op het gebied van school (speciaal onderwijs), werk (dagbesteding) en sociale omgeving (beschermd wonen).

Comorbiditeit

Naaste de kenmerkende problematiek komen ook andere lichamelijke problemen relatief vaak voor, zoals:

  • aangeboren afwijkingen van gehemelte, hart, urinewegen/nieren, oren  en ogen
  • skeletafwijkingen
  • epilepsie
  • middenrif-, navel- en/of liesbreuk
  • tandproblemen (o.a. hypodontie)
  • hypermobiliteit gewrichten (o.a. vingers, heup)
  • voedingsproblemen
  • maagdarmproblemen (o.a. refluxklachten, obstipatie, chronische diarree, verhoogde kans op coeliakie)
  • auto-immuunziekten (ITP, hemolytische anemie, vitiligo, thyreoïditis/hypothyreoïdie)
  • endocrinologische afwijkingen: inclusief  geïsoleerde vroege thelarche bij meisjes, hypofysaire en hypothalame dysfunctie, groeihormoondeficiëntie, obesitas en hypothyreoïdie

Beleid

Het Kabuki syndroom is niet te genezen. De behandeling en begeleiding zijn erop gericht de klachten te verminderen en (medische) problemen te voorkomen. De brede problematiek (d.w.z. op alle domeinen) maakt de hulp en begeleiding complex. Dit maakt een geïntegreerde aanpak en multidisciplinaire zorg nodig. 

Recente publicaties laten zien dat behandeling met groeihormoon een gunstig effect kan hebben bij kinderen met het Kabuki syndroom; zowel op de groei als op het basale metabolisme.

Cognitieve ontwikkeling

De meeste mensen met het Kabuki syndroom hebben een lichte tot matige verstandelijke beperking (84%). Mensen met het Kabuki syndroom hebben in het dagelijkse leven te maken met beperkingen als gevolg van hun cognitieve beperking en/of de lichamelijke problematiek. Het heeft gevolgen voor o.a. communicatie, zelfzorg, zelfstandig wonen, school, werk, veiligheid,  sociaal-maatschappelijke deelname en gezondheid.

Intensieve zorg

De zorg voor kinderen/volwassenen met het Kabuki syndroom beslaat alle domeinen en is intensief. Aandacht voor de behoeften van het gezin (ouders, broers/ zussen ('brusjes/brussen')), is belangrijk. Extra ondersteuning, zoals PGB-hulp en respijtzorg, draagt bij aan optimale zorg voor mensen met het Kabuki syndroom.
Wijs op de mogelijkheid tot lotgenotencontact met andere ouders van kinderen met Kabuki syndroom.

 Inhoud