a a

Diagnostiek

Het klinische beeld bij WBS varieert: niet alle kenmerken hoeven aanwezig te zijn en de ernst varieert. Klinische criteria om de diagnose met zekerheid vast te stellen ontbreken.

Bij jonge kinderen kan de aandoening moeilijk te herkennen zijn aan het uiterlijk. Vanaf de schoolleeftijd wordt het uiterlijk karakteristieker. Toch wordt ook bij oudere kinderen (met name bij afwezig zijn van een hartafwijking) de aandoening nog lang niet altijd herkend, of pas op latere leeftijd.

Verwijzers kunnen bij een vermoeden van een syndroom, bijvoorbeeld Williams-Beuren syndroom, overleggen met of verwijzen naar een klinisch geneticus, een kinderarts met het subspecialisme erfelijke en aangeboren aandoeningen (EAA) of een kinderarts met het aandachtsgebied ontwikkelingsachterstand. Zie ook: Differentiaal diagnose.

Klinische diagnostische kenmerken

De kenmerken bij Williams-Beuren syndroom kunnen in ernst wisselen per persoon. De volgende kenmerken kunnen wijzen in de richting van de diagnose WBS:

  • Een meestal licht tot matig verstandelijke beperking. Verbaal functioneren is opvallend hoger dan performaal.
  • Bepaalde uiterlijke kenmerken die bij de geboorte nog niet duidelijk aanwezig hoeven te zijn. 
    • bij kinderen: een kleine neus met een bolle punt, volle wangen, een brede mond met volle lippen, kleine tanden die ver uit elkaar staan, Iris stellata (bij 70%) waarbij een kantachtig patroon op de iris aanwezig is.
    • bij volwassenen: langer en smaller gezicht met prominente supraorbitale richel, grover gelaat, lange nek, smalle borstkas, afhangende schouders) en korte lengte.
  • Bepaalde medische afwijkingen die in verschillende mate van ernst aanwezig kunnen zijn zoals
    • cardiovasculaire afwijkingen (bijvoorbeeld supravalvulaire aortastenose, perifere pulmonalisstenose en andere vormen van elastine-arteriopathie van de bloedvaten, hypertensie)
    • endocriene afwijkingen (bijvoorbeeld hypercalciëmie, hypercalciurie, hypothyreoidie, vroege puberteit, abnormale glucosestofwisseling)
    • gevolgen van afwijkingen van het bindweefsel (bijvoorbeeld hernia inguinalis of umbilicalis, darm- en blaasdivertikels, hyperlaxe gewrichten).
  • Kenmerkende typische persoonlijkheid en gedrag (bijvoorbeeld opvallend vriendelijk karakter, muzikale aanleg en hyperacusis).
  • Voedingsproblemen en slaapproblemen als baby.
Genetisch diagnostisch onderzoek

De diagnostiek bestaat uit 2 stappen:

  1. Klinisch beeld: op grond van anamnese en gevonden kenmerken bij het onderzoek.
  2. De definitieve diagnose staat vast na gericht genetisch onderzoek naar de microdeletie op de q-arm van chromosoom 7 (7q11.23).

Er zijn verschillende methoden om de deletie op te sporen:

  • SNP-array of
  • array-CGH (screenend genoombreed)

Gericht onderzoek met FISH (= Fluorescent In Situ Hybridization) wordt vrijwel niet meer gedaan.

Verwijs voor de diagnostiek naar een klinisch geneticus of naar een multidisciplinair team. Meestal bevat dit team een algemeen kinderarts en/of een kinderarts met subspecialisme erfelijke en aangeboren aandoeningen (EAA) en/of een kinderneuroloog en altijd een klinisch geneticus

Voorlichting (inclusief erfelijkheid)

Williams-Beuren syndroom erft autosomaal dominant over. De deletie ontstaat meestal de novo.

Herhalingskans binnen familie van iemand met WBS

Meestal ontstaat WBS door een 'de novo' deletie. Oorzaak van deletie is 'unequal crossing over' (low-copy repeats). De aanleg is dan niet terug te vinden bij de ouders. Toch is de kans bij ouders van een kind met WBS op nóg een kind met WBS iets groter dan in de gemiddelde bevolking vanwege kiemcel mozaïek (mozaïsme in de voorlopercellen van eicellen of zaadcellen).

Wanneer een ouder van een kind met WBS, zelf klinische tekenen van WBS vertoont, dan is genetisch onderzoek aan te raden. Wanneer een ouder is aangedaan, hebben andere familieleden ook een verhoogde kans.

Kinderwens en zwangerschap bij WBS

De fertiliteit bij WBS is normaal. Vanwege de kwetsbaarheid van kinderen en volwassenen met WBS bestaat een verhoogde kans op ongewenste (tiener)zwangerschap.

Wanneer een vrouw met WBS zélf zwanger is, is er risico op het ontstaan van zwangerschapshypertensie, arytmieën en hartfalen. In het laatste deel van de zwangerschap is er verhoogd risico op urineweginfecties.

De kans op het krijgen van een kind met ook WBS is 50% (zie hierboven).

PraktijkadviezenBespreek met betrokkenen de individuele situatie in relatie tot anticonceptie, kinderwens en preconceptiezorg. Bespreek hierbij de kwetsbaarheid, de gezondheidsrisico’s tijdens de zwangerschap en de herhalingskans.

Lees meer:
NVAVG Handreiking kinderwens en anticonceptie

Bespreek de mogelijkheid om verwezen te worden voor aanvullende erfelijkheidsvoorlichting en om de individuele situatie te bespreken. Verwijs hiervoor naar de klinisch geneticus en/of de kinderarts erfelijk en aangeboren aandoeningen (EAA).

Onderzoek deelproblematiek

Na het stellen van de diagnose WBS zijn ook onderzoeken nodig voor het in kaart brengen van de co-morbiditeit. Aanbevolen onderzoeken zijn:

  • Compleet lichamelijk onderzoek
  • Compleet neurologisch onderzoek
  • Groeiparameters (er is een specifieke groeicurve voor WBS beschikbaar)
  • Onderzoek door cardioloog bij voorkeur met ervaring met WBS:
    • bloeddrukmeting (alle ledematen)
    • echocardiogram, met Doppleronderzoek
    • ECG
    • aanvullend cardiovasculair beeldvormend onderzoek (CT, MRI-angiografie, of   hartkatheterisatie) op indicatie
  • Evaluatie van de urinewegen
    • echo blaas en nieren
    • bloedonderzoek nierfunctie creatinine, albumine
    • urine-onderzoek
  • Evaluatie calcium-vitamine D huishouding
    • bloedonderzoek serum calcium, vitamine D, albumine
    • calcium/creatinine ratio in de urine
  • Evaluatie schildklierfunctie
  • Onderzoek oogarts
  • Audiologisch onderzoek
  • Multidisciplinaire evaluatie ontwikkelingsachterstand
    • motoriek
    • spraak/taal
    • cognitief
    • sociaal-emotioneel
    • onderwijs
  • Onderzoek gedrag (o.a. aandacht, angst, adaptieve vermogens)
  • Genetische counseling

Zie meer hierover bij Problematiek.

Differentiaal diagnose

Williams-Beuren syndroom kan op de kinderleeftijd (vanwege kleine gestalte, uiterlijke kenmerken en/of aangeboren hartgebrek) lijken op andere genetische aandoeningen zoals:

Zie ook: tabel 2 GeneReviews.

 Inhoud